Statuten

Voor de orginelen statuten opgemaakt door notaris Mr. H.P.J.M. Peters op 15 april 1997 klik hier.

Vandaag, 15 april 1997, verscheen voor mij, Mr. HERMANUS PAULUS ­JOSEPHUS MARIA PETERS, notaris ter standplaats ­Drunen, gemeente Heusden: ­de Heer Jacob Langendoen,De comparant verklaarde:
- dat de statuten van de te Drunen gevestigde ver­eniging: "L.T.C. De Klinkaert" laatstelijk ge­heel gewijzigd zijn vastgesteld bij akte van statutenwijziging op 23 april 1980 voor notaris ­Snels te Drunen verleden;
- dat de algemene vergadering van gemelde vereni­ging in haar op 17 februari 1997 gehouden verga­dering overeenkomstig het bepaalde in artikel 17 van haar statuten rechtsgeldig heeft besloten de statuten van de vereniging te wijzigen zoals ­hierna omschreven, waarbij de comparant werd ­gemachtigd om de statutenwijziging bij notariële akte te doen vaststellen, de daarvoor nodige ­akte te doen verlijden en te ondertekenen;
- dat van gemeld besluit blijkt uit de aan deze ­akte te hechten notulen van gemelde vergadering;
- dat het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB) blijkens haar schrijven de dato 06 maart 1997 -van welk schrijven een kopie aan deze akte is gehecht- heeft te kennen gegeven geen bezwaar tegen gemeld besluit tot statu­tenwijziging te hebben.
Vervolgens verklaarde de comparant de statuten van­ genoemde vereniging "LTC De Klinkaert" gewijzigd ­vast te stellen als volgt:
 
­NAAM, ZETEL, DUUR, VERENIGINGSJAAR
Artikel 1
  1. De vereniging draagt de naam: L.T.C. "DE ­KLINKAERT".
  2. Zij heeft haar zetel te Drunen.
  3. ­De vereniging is opgericht op 15 maart 1955 voor onbepaalde duur.
  4. Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.
 
DOEL
Artikel 2­

1.De vereniging heeft ten doel het doen beoefenen­ en het bevorderen van de tennissport.

2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:
a. het geven van de gelegenheid tot het beoefe­nen van het tennisspel en het daarvoor aanbrengen en in stand houden van de nodige accommodatie.
b. het organiseren van oefenmogelijkheden, wed­strijden en evenementen op het gebied van de ­tennissport.
c. het vormen van een band tussen haar leden.
­d. het deelnemen aan de door de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (hierna ook te noemen: KNLTB) georganiseerde competi­tie en het vertegenwoordigen van haar leden bij de KNLTB.
e. alle overige wettige middelen.­
 
LEDEN
Artikel 3

De vereniging kent:
a. leden;
b. junioren;
c. rustende leden;
d. leden van verdienste;
e. ereleden;
f. donateurs.
 
1. Leden zijn natuurlijke personen die als zodanig­ door het bestuur zijn toegelaten en die op de eerste dag van het verenigingsjaar de zeven­tien jarige leeftijd hebben bereikt.
 
2. Junioren zijn natuurlijke personen, die als zodanig door het bestuur zijn toegelaten en die op de eerste dag van het verenigingsjaar de zeventien jarige leeftijd nog niet hebben bereikt. Zij zijn geen leden in de zin van de wet, doch ­hebben wel toegang tot de algemene vergadering waar zij slechts een adviserende stem hebben. Zij kunnen worden benoemd tot lid (met stemrecht) van een commissie van de vereniging.
 
3. Rustende leden zijn oud-leden van de vereni­ging, die als zodanig door het bestuur zijn toegelaten. ­Zij zijn geen leden in de zin van de wet, doch ­hebben wel toegang tot de algemene vergadering waar zij slechts een adviserende stem hebben. ­Zij kunnen niet worden benoemd tot lid van een commissie van de vereniging. Rustende leden hebben de in het Huishoudelijk ­Reglement omschreven rechten met betrekking tot ­het verkrijgen van het lidmaatschap.
 
4. Leden van verdienste zijn die leden van de vereniging, die wegens hun bijzondere verdiensten­ jegens de vereniging als zodanig door de algemene vergadering zijn benoemd met een meerder­heid van tenminste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen. Zodra van een lid van verdienste het "gewone" ­lidmaatschap eindigt, verliest hij tevens zijn rechten als lid van verdienste.
 
5. Ereleden zijn natuurlijke personen die zich op ­bijzonder eervolle wijze jegens de vereniging hebben onderscheiden en als zodanig door de ­algemene vergadering zijn benoemd met een meer­derheid van tenminste twee/derde van de geldig ­uitgebrachte stemmen. ­Ereleden zijn als zodanig geen lid in de zin van de wet.­
 
6. Donateurs zijn zij die als zodanig door het ­bestuur zijn toegelaten.­ Zij hebben zich bereid verklaard de vereniging ­geldelijk of anderszins te steunen. Het donateurschap eindigt door opzegging door de dona­teur en/of het bestuur. Het bestuur houdt een register bij, waarin de ­namen en adressen van de hiervoor onder 1 genoemde personen zijn opgenomen.
 
­AANMELDING EN TOELATING­
Artikel 4­
  1. Als lid, junior, rustend lid en/of donateur kan men worden toegelaten nadat men een schriftelijk verzoek tot toelating bij het bestuur -op ­de in het Huishoudelijk Reglement aangegeven ­wijze- heeft ingediend
  2. Het bestuur beslist over de toelating en kan ­aan de toelating nadere voorwaarden stellen.
  3. Bij niet toelating tot lid kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.­
  4. Zij die op de "zwarte lijst" van de KNLTB ­voorkomen, of door het bestuur van de KNLTB geschorst zijn, kunnen niet worden toegelaten.
 
EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP
Artikel 5
  1. Het in dit artikel bepaalde met betrekking tot ­het einde van het lidmaatschap is van overeenkomstige toepassing op het einde van het zijn van junior en rustend lid.
  2. Het lidmaatschap eindigt:
a. door het overlijden van het lid.
b. door schriftelijke opzegging door het lid aan het bestuur. Deze dient te geschieden vóór 15 oktober voor het daaropvolgende verenigingsjaar.
c. door opzegging door het bestuur namens de vereniging.
Deze kan geschieden wanneer een lid heeft opge­houden aan de vereisten voor het lidmaatschap ­bij de statuten gesteld te voldoen, wanneer hij­ zijn verplichtingen jegens de vereniging niet ­nakomt, in geval een lid het lidmaatschap van ­de KNLTB verliest, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan wor­den het lidmaatschap te laten voortduren.
d. door ontzetting door het bestuur namens de vereniging.
Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een ­lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de vere­niging op onredelijke wijze benadeelt. 

3. Onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap­ door opzegging is voor een lid mogelijk: ­
a. binnen één maand nadat een besluit waarbij de rechten van de leden zijn beperkt of hun verplichtingen zijn verzwaard aan het lid bekend is geworden of is meegedeeld. Het besluit is als dan niet op dat lid van toepassing. Een lid is evenwel niet bevoegd door opzegging een besluit waarbij de ver­plichtingen van geldelijke aard van de leden­ zijn verzwaard te zijnen opzichte uit te sluiten.
b. binnen een maand nadat een besluit tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie aan hem is meege­deeld.
 
4. Van een besluit tot opzegging van het lidmaat­schap door de vereniging op grond dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan wor­den het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na de ont­vangst van de kennisgeving van het besluit be­roep open op de algemene vergadering. Betrokke­ne heeft toegang tot -en recht van spreken in- de vergadering waarin zijn beroep aan de orde ­wordt gesteld.­
Hij wordt ten spoedigste schriftelijk van het ­besluit met opgave van redenen in kennis ge­steld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.   
5. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een ­verenigingsjaar eindigt, blijft desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschul­digd. ­  
 
SCHORSING
Artikel 6
  1. Leden en/of junioren die handelen in strijd met statuten en/of reglementen van de vereniging of die zich niet gedragen naar de besluiten van de algemene vergadering of naar besluiten, die het bestuur van de vereniging genomen heeft, kunnen door het bestuur worden geschorst voor maximaal vier weken.
  2. Geschorste leden en/of junioren zijn verstoken ­van alle rechten, welke uit het lidmaatschap (juniorschap ) voortvloeien. ­Schorsing door de KNLTB brengt automatisch schorsing als lid of junior van de vereniging ­met zich mee.
­
JAARLIJKSE BIJDRAGEN (CONTRIBUTIES)
­Artikel 7­
  1. De leden, de junioren, de rustende leden en de ­donateurs zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld die een verschillende bijdrage betalen.
  2. Indien een lid tevens lid van verdienste of erelid is, is dat lid vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van de jaarlijkse bijdrage,­ voor zover het betreft dat deel dat niet hoeft te worden afgedragen aan de KNLTB.
  3. De algemene vergadering kan bepalen dat nieuw toegetreden leden entreegeld moeten betalen.
  4. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verlichting tot het betalen van een bijdrage en/of entreegeld te verlenen.        

BESTUUR/BESTUURSSAMENSTELLING
Artikel 8         

  1. Het bestuur bestaat uit een -bij voorkeur oneven- door het bestuur te bepalen aantal van minimaal vijf personen.
  2. De benoeming geschiedt door de algemene vergadering uit de leden die daarvoor zijn voorgedragen op de in het Huishoudelijk Reglement aangegeven wijze. Niet verkiesbaar tot bestuurslid zijn belangheb­benden bij de tennissport, tenzij volgens de reglementen van de KNLTB dispensatie is verleend.
  3. Het bestuur wijst uit zijn midden een secreta­ris en een penningmeester aan. De voorzitter wordt steeds als zodanig door de algemene ver­gadering benoemd. De voorzitter, secretaris en ­penningmeester vormen tezamen het dagelijks bestuur.
  4. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een be­paalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door­ de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie ­maanden gevolgd wordt door een besluit tot ont­slag, eindigt door het verloop van die termijn. ­
  5. Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na­zijn benoeming af, volgens een door het bestuur­ op te maken rooster van aftreding. De aftreden­de is herkiesbaar. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de ­plaats van zijn voorganger in.
  6. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
a. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;
b. door bedanken.
           
BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR
Artikel 9
  1. Bestuursbesluiten worden genomen met een meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
  2. Van het verhandelde in elke vergadering worden ­notulen opgemaakt, die -na goedkeuring door het bestuur- door de voorzitter en de secretaris ­worden vastgesteld en ondertekend.
 
­BESTUURSTAAK – VERTEGENWOORDIGING
­Artikel 10
  1. ­Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de ver­eniging.           
  2. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de ­algemene vergadering, bevoegd te besluiten tot:
a. het aangaan van overeenkomsten tot het ko­pen, vervreemden of bezwaren van register goederen.
b. het sluiten van overeenkomsten waarbij de ­vereniging zich als borg of hoofdelijk mede­schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling ­voor een schuld van een ander verbindt.
Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door ­en tegen derden beroep worden gedaan.
 
3. Het bestuur behoeft eveneens goedkeuring van de algemene vergadering voor besluiten tot: ­
a. het verrichten van rechtshandelingen, waar­van de financiële betekenis een jaarlijks in de jaarvergadering te bepalen bedrag te bo­ven gaat. Voor de toepassing van deze bepa­ling kan een rechtshandeling niet worden ­gesplitst.
In geval tijdens een jaarvergadering dit ­bedrag niet wordt vastgesteld blijft het ­laatst vastgestelde bedrag gelden tot de ­algemene vergadering anders besluit.
­b. het huren, verhuren of op andere wijze in ­gebruik of genot verkrijgen en geven van zaken, tenzij het betreft een ­incidentele en tijdelijke (ver)huur of een ­incidenteel of tijdelijk in gebruik/genot ­verkrijgen of geven van onroerende zaken.
c. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan ­de vereniging een bankkrediet en/of geldlening wordt verstrekt.
d. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede­ het ter leen opnemen van gelden, waaronder ­niet is begrepen het gebruikmaken van een aan de vereniging verleend bankkrediet.
e. het aangaan van dadingen.
f. het optreden in rechte, waaronder begrepen ­het voeren van arbitrale procedures, doch met uitzondering van het nemen van conserva­toire maatregelen en van het nemen van die rechtsmaatregelen,'die geen uitstel kunnen ­lijden.
g. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door ­en tegen derden geen beroep worden gedaan.
 
4. Het bestuur is uitdrukkelijk bevoegd -eventueel in afwijking van het bovenstaande- te besluiten ­tot het sluiten en wijzigen van arbeidsovereen­komsten of van overeenkomsten tot het verrich­ten van diensten of ter beschikking stellen van­ arbeid.
 
5. De vereniging wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het bestuur. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe­ aan twee gezamenlijk handelende leden van het­ dagelijks bestuur, waaronder bij voorkeur de voorzitter. Zij kunnen zich daarbij door een schriftelijk gevolmachtigde doen vertegenwoor­digen.
 
6. Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald of in geval de voorzitter geen be­stuurslid meer is blijft het bestuur bevoegd.­ Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaat­sen aan de orde komt.
 
JAARVERSLAG - REKENING EN VERANTWOORDING/KASCOMMISSIE
Artikel 11­
  1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen­ te houden dat daaruit te allen tijde haar rech­ten en verplichtingen kunnen worden gekend.
  2. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen een maand na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn ­door de algemene vergadering, zijn jaarverslag ­uit over de gang van zaken binnen de vereniging en over het gevoerde beleid en legt een balans ­en een staat van baten en lasten met toelich­ting aan de vergadering over. Deze stukken wor­den ondertekend door de bestuurders; ontbreekt ­de ondertekening van een of meer hunner dan ­wordt daarvan onder opgaaf van redenen melding ­gemaakt.
  3. De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit ­de leden een kascommissie van tenminste twee ­personen, die geen deel mogen uitmaken van het ­bestuur. Voorts benoemt de algemene vergadering een plaatsvervangend lid dat bij ontstentenis ­van een commissielid diens plaats zal innemen.
  4. ­De kascommissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de ­algemene vergadering verslag van haar bevindin­gen uit.
  5. Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis,­ dan kan de kascommissie zich door een deskundi­ge doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtin­gen te verschaffen, haar desgewenst de kas en ­de waarden te vertonen en inzage van de boeken ­en bescheiden der vereniging te geven.
  6. ­De leden van de kascommissie kunnen te allen ­tijde door de algemene vergadering uit hun functie worden ontslagen, doch slechts in geval onmiddellijk in de ontstane vacature(s) wordt voorzien.
  7. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld ­in de leden 2 en 3, tien jaar lang te bewaren.­
 
ALGEMENE VERGADERING
Artikel 12
  1. Aan de algemene vergadering komen in de vereni­ging alle bevoegdheden toe, die niet door de ­wet of de statuten aan het bestuur zijn opge­dragen.
  2. ­Jaarlijks, uiterlijk een maand na afloop van ­het verenigingsjaar, wordt een algemene vergadering -de jaarvergadering- gehouden. In de ­jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
a. het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 11 met het ver­slag van de kascommissie.
b. het vaststellen van het in artikel 10 lid 3 ­onder a bedoelde (plafond)bedrag.
c. de voorziening in vacature(s) van de kascommissie.
d. voorziening in bestuursvacatures.
e. het vaststellen van de jaarlijkse bijdragen­ en het eventuele entreegeld.
f. de begroting voor het lopende verenigings­jaar.
g. voorstellen van het bestuur of de leden, ­aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.
 
3. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt of wanneer het daartoe volgens de wet of de statuten verplicht is.
 
4. ­Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek­ van tenminste een zodanig aantal leden als be­voegd is tot het uitbrengen van een/tiende ge­deelte der stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn­ van niet langer dan vier weken na indiening van ­het verzoek.

5. De hiervoor gemelde termijn wordt met twee we­ken verlengd in geval in bedoelde algemene vergadering een voorstel tot wijziging van de sta­tuten of ontbinding van de vereniging aan de
orde wordt gesteld, aangezien zo'n vergadering tenminste vier weken tevoren moet worden bijeengeroepen.­
 
6. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers ­zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproe­ping overeenkomstig artikel 13 of bij adverten­tie in tenminste een ter plaatse waar de ver­eniging gevestigd is veel gelezen dagblad. De­ verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuurs­leden belasten met de leiding van de vergade­ring en met het opstellen van de notulen.
 
BIJEENROEPING ALGEMENE VERGADERING
Artikel 13
  1. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen­ door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden, junioren en rustende leden volgens het ledenre­gister bedoeld in artikel 3. De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste veertien dagen, ­onverminderd het bepaalde in artikel 18
  2. Bij de oproeping worden de te behandelen onder­werpen vermeld, onverminderd het bepaalde in ­artikel 18.
 
TOEGANG EN STEMRECHT
Artikel 14
  1. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden, junioren en rustende leden van de vereniging. Geen toegang hebben geschorste leden ­en geschorste bestuursleden onverminderd het ­bepaalde in artikel 5 lid 4.
  2. Over toelating van andere dan de in lid 1 be­doelde personen beslist de algemene vergadering.
  3. Ieder lid (in de zin van de wet) van de vereni­ging dat niet geschorst is, heeft één stem.
  4. Een lid kan zijn stem niet bij volmacht uit­brengen.
 
VOORZITTERSCHAP - NOTULEN
Artikel 15­
  1. De algemene vergaderingen worden, tenzij de ­situatie zich voordoet als omschreven in arti­kel 12 lid 4, laatste zin, geleid door de voor­zitter van de vereniging.
2. Ontbreekt de voorzitter dan treedt een der an­dere bestuursleden door het bestuur aan te wijzen, als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering zelf daarin.
 
3. De voorzitter van de vergadering is bevoegd de­ spreektijd van alle leden bij elk agendapunt te limiteren, alsmede de vergadering te schorsen ­of te verdagen.
 
4. Van het verhandelde in elke vergadering worden ­door een door de voorzitter daartoe aangewezen­ persoon notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld en onderte­kend. Zij die de vergadering bijeenroepen kun­nen een notarieel proces-verbaal van het ver­handelde doen opmaken. De inhoud van de notulen of van het proces-ver­baal wordt ter kennis van de leden gebracht.
 
BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING
Artikel 16­
  1. Het ter algemene vergadering uitgesproken oor­deel van de voorzitter omtrent de uitslag van ­een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt ­voor de inhoud van een genomen besluit voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
  2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van­ het in het eerste lid bedoeld oordeel de juist­heid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stem­ming niet hoofdelijke of schriftelijke geschied­de, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechts­gevolgen van de oorspronkelijke stemming.
  3. a. Een algemene vergadering kan geldige beslui­ten nemen ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden.b. Voor zover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de alge­mene vergadering genomen met meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
  4. Blanco en ongeldig uitgebrachte stemmen worden­ beschouwd als niet te zijn uitgebracht. Een ­stem is ongeldig indien op het stembriefje iets ­anders is aangegeven dan noodzakelijk voor het uitbrengen van de stem.
  5. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen.
  6. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst­ acht of een der stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming ge­schiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
  7. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, ten­zij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
  8. Indien bij een verkiezing van personen niemand­ de meerderheid heeft verkregen, heeft een twee­de stemming plaats. Heeft ook dan niemand de meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen­plaats, totdat hetzij een persoon de volstrekte­ meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. ­Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is ­begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de vooraf­gaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande ­stemming het geringste aantal stemmen is uitge­bracht. Is bij die voorafgaande stemming het geringste ­aantal stemmen op meer dan een persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming ­geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht. Ingeval bij een stemming tussen twee personen ­de stemmen staken, beslist het lot wie van bei­den is gekozen.
  9. Indien er tegelijkertijd meerdere vacatures ­binnen een commissie of binnen het bestuur ­(niet de voorzitter betreffende) zijn, dan kan ­daarin worden voorzien op de volgende wijze: a. er wordt in één keer over al die vacatures ­(binnen een commissie of binnen het bestuur) gestemd, waarbij een lid zoveel personen ­kiest als er vacatures zijn en waarbij als­dan zijn gekozen die personen (voor zover ­nodig ter voorziening in de vacatures), die ­de meeste stemmen hebben verkregen. b. zijn er alsdan meerdere personen met een gelijk aantal stemmen die niet allen nodig ­zijn om in de (resterende) vacatures te ­voorzien dan vindt (vinden) herstemming (en) ­plaats, waarbij diegene(n) zijn gekozen die de meeste stemmen heeft (hebben) verkregen, met dien verstande dat ingeval er nog ­slechts één vacature is daarin wordt voor­zien op de wijze als hiervoor in lid 8 om­schreven. ­
  10. Een éénstemmig besluit van alle leden, ook al ­zijn dezen niet in een vergadering bijeen, ­heeft, mits met voorkennis van het bestuur ge­nomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.
  11. Zolang in een algemene vergadering alle stem­gerechtigde leden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende­ onderwerpen - dus mede een voorstel tot statu­tenwijziging of tot ontbinding - ook al heeft­ geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op ­de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband ­houdende formaliteit niet in acht genomen.
 
COMMISSIES
Artikel 17­
  1. Naast de in deze statuten genoemde kascommissie kan de vereniging ook andere commissies in­ het leven roepen. Alle commissies dienen vol­ledig te bestaan uit leden van de vereniging­ en/of junioren. 
  2. Alle commissies die het bestuur bijstaan bij­ haar uitvoerende taken, werken onder verantwoordelijkheid van het bestuur. De leden van­ deze commissies worden telkens voor een perio­de van een jaar benoemd door het bestuur, aan ­wie zij verantwoording schuldig zijn en door ­wie zij kunnen worden ontslagen. Deze commis­sies kunnen worden genoemd in het Huishoude­lijk Reglement, alwaar tevens hun taakom­schrijving kan worden opgenomen.
  3. De algemene vergadering kan commissies instel­len ter uitvoering van bijzondere opdrachten.­Deze bijzondere opdrachten mogen niet liggen ­op het terrein van de hiervoor onder 2 bedoeld uitvoerende taken. De leden van deze commis­sies worden benoemd en ontslagen door de algemene vergadering, aan wie zij verantwoording­schuldig zijn.­
 
STATUTENWIJZIGING
Artikel 18
  1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit ­van een algemene vergadering, mits de oproe­ping tot deze vergadering tenminste vier weken­ tevoren heeft plaatsgevonden en bij die oproe­ping het voorstel tot statutenwijziging woor­delijk is vermeld.­
  2. Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten­minste een meerderheid van twee/derde van de ­geldig uitgebrachte stemmen.
  3. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat:
a. de KNLTB schriftelijk te kennen heeft gegeven geen bezwaar te hebben tegen de statutenwijziging.
b. van de statutenwijziging een notariële akte is opgemaakt . Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.
 
ONTBINDING
Artikel 19
  1. De vereniging kan worden ontbonden door een ­besluit van de algemene vergadering. Het be­paalde in de leden 1 en 2 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing.
  2. Tenzij de algemene vergadering anders besluit, geschiedt de vereffening door het bestuur.
  3. Het batig saldo na vereffening vervalt aan de­genen die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid waren. Ieder hunner ontvangt een ­gelijk deel. Bij het besluit tot ontbinding kan echter ook een andere bestemming aan het ­batig saldo worden gegeven.­
  4. De vereniging houdt op te bestaan op het tijd­stip waarop geen aan haar, dan wel aan de ver­effenaars bekend baten meer aanwezig zijn. De vereffenaars doen hiervan opgaaf aan de regis­ters waar de vereniging is ingeschreven.
 
­HUISHOUDELIJK REGLEMENT/BAANREGLEMENT
­Artikel 20
 
1.De algemene vergadering kan een huishoudelijk reglement als ook andere reglementen -waaron­der een baanreglement- vaststellen.

2. De reglementen mogen niet in strijd zijn met ­de wet, ook waar die geen dwingend recht be­vat, noch met de statuten.

Slot akte
­De comparant is mij, notaris, bekend en de identi­teit van de bij deze akte betrokken comparant is ­door mij, notaris, aan de hand van het hiervoor ­gemelde en daartoe bestemde document vastgesteld.
­WAARVAN AKTE in minuut is verleden te Drunen op de datum in het hoofd van deze akte vermeld.
 
Na zakelijke opgave van de inhoud van deze akte aan de comparant, heeft hij verklaard van de in­houd van deze akte te hebben kennisgenomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen.

Vervolgens is deze akte na beperkte voorlezing door de comparant en mij, notaris, ondertekend.

 
Terug naar boven